Hartgezondheid linolzuur aantoonbaar onbewezen. Vier vragen voor het Voedingscentrum

De Schijf van Vijf dient aangepast te worden met een eerherstel van roomboter.
En vooral ook aandacht voor minder koolhydraten!

Voedingsbewust Nederland wacht op de reactie van het Voedingscentrum.

Wat mij betreft ziet de schijf van Vijf er als volgt uit:

1. Eet gevarieerd
2. Niet te veel & beweeg
3. Gebruik roomboter en olijfolie en zo min mogelijk omega 6/linolzuur
4. Veel groente, beperkt fruit en weinig tarweproducten.
5. Veilig.

 

 Robert Hoenselaar:

Linolzuur – en daarmee Becel – zou niet helpen en mogelijk zelfs ongezond zijn. Die conclusie volgde uit nieuwe analyse van oude onderzoeksgegevens. Kort daarop werd het nieuws weersproken. Robert Hoenselaar toont nadrukkelijk aan dat de wetenschappelijke literatuur die officiële instanties aanhalen om producten als Becel gezond te noemen geen bewijs biedt voor die stelling. Indien linolzuurrijke producten ter registratie als medicijn zouden worden aangeboden, zouden ze mogelijk zelfs worden afgewezen omdat ze schadelijk zijn. Dat betekent nogal wat. De EFSA en in Nederland het Voedingscentrum legitimeren een gezondheidsclaim die wetenschappelijk niet onderbouwd is. Daarom stelt Hoenselaar nu allereerst aan Nederlandse wetenschappers en het Voedingscentrum de vraag hoe de claims geobjectiveerd kunnen worden. Ze lijken nl. gebaseerd op een niet-objectiveerbaar en bovendien incorrect menselijk oordeel, in plaats van een wetenschappelijk. Ook voor de merkhouder van Becel, Unilever, hebben deze vragen consequenties. Indien de gestelde vragen onbeantwoordbaar zijn, moet het bedrijf zich afvragen of het doorgaat zich te beroepen op de gezondheidsclaim die het kreeg toegewezen door de EFSA.

Robert Hoenselaar:  Mijn vragen aan het Voedingscentrum zijn als volgt:
1) Vindt u het overbodig om de gezondheidseffecten van voedingsmiddelen (of nutriënten) objectief en transparant te beoordelen en dat oordeel vast te leggen?
2) Zo nee, welke methode(n) hanteert u om voedingsmiddelen op dezelfde basis te beoordelen?
3) Welke criteria hanteert u om causaliteit bewezen te achten, cq. aan welke voorwaarden dient onderzoek te voldoen om advisering door het Voedingscentrum te rechtvaardigen?
4) Waarom wordt bij linolzuur en verzadigd vet alleen gekeken naar het effect op het LDL-cholesterol? Waarom gebeurt dit niet bij visolie en alle andere nutriënten?

Lees verder voor het gehele artikel van
Robert Hoenselaar op Foodlog en de vele reacties hierop. 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.